Sponsors

Leden van verdienste

Uilke Vervat

Uilke Vervat is geboren op 18 november 1941 in Boven-Knijpe. Hij kreeg drie broers en twee zusters. Heit was boerenarbeider, meest in de streek, zoals bij Riekele Hospes, Geert Ruiter, Imke Zwaagstra, Hendrik van Dijk en Jan de Ruiter.
Door een conflict met het schoolhoofd in Boven-Knijpe ging Uilke naar de christelijke school in Beneden-Knijpe, om zijn weg te vervolgen op de ULO in Heerenveen.
Bij zijn eerste baas, Van der Mei, bleef Uilke 6,5 jaar; lang voor zo’n jonge vent. Hij kwam vervolgens een half jaar op de melkfabriek van Bontebok, waar hij aan de melkontvangst stond en langs de boeren als monsternemer trok. Daarna was hij gedurende 2,5 jaar als tuinman in dienst bij Ingenieursbureau Oranjewoud. Dankzij de hoveniersdiploma’s die hij al bij Van der Mei had behaald kon hij in dienst komen bij de gemeente. Dat was in 1967, en Uilke bleef er liefst 35,5 jaar. Hij begon als tuinman en klom op tot wijkteamleider, eerst in Heerenveen, later in Jubbega. 
Tijdens de korte tijd in zijn jonge jaren bij de Bontebokster boterfabriek, in 1964, haalde Uilke zijn onafscheidelijke pakjes shag bij de winkel van Rein Hellinghuizer, aan de overzijde van de vaart. Daar werkte toen Janneke de Jong uit Nieuwehorne. Ze kregen verkering, scharrelden een jaar of vier en trouwden in 1968. Toen kwamen ze meteen te wonen in het huis aan de Jan Jonkmanweg, waar ze nog steeds zitten. De dag voor hun trouwen brak brand uit in de oude lagere school, vlak achter hen. Ook in 1968 waren de nieuwe sportvelden geopend. Uilke en Janneke kregen twee kinderen, Ype (1970) en Hanke (1972), die beiden bij Read Swart hebben gevoetbald. Ze trouwden en kregen elk twee zonen, zodat Uilke en Janneke viermaal pake en beppe zijn.

Toen Read Swart in 1976 de eerste stenen kleedkamers op het veld bouwde, vroeg toenmalig voorzitter Piet Adema aan Uilke Vervat of deze wat toezicht wilde houden, bijvoorbeeld ’s avonds wilde controleren of het licht uit was en de kachel op de goede stand stond. Zo raakte Uilke bij Read Swart betrokken. Na nog andere hand- en spandiensten werd Uilke in 1976 secretaris bij Read Swart. Het was een tijd van grote veranderingen bij Read Swart. Voor het eerst kwam er bijvoorbeeld een voorzitter van ‘buiten’; de Leeuwarder Wim Tigchelaar.
Vandaag de dag is bijna niet meer voor te stellen hoe iemand secretaris kan zijn zonder in bezit te zijn van een auto of telefoon. Uilke moest wel wat passen en meten, maar het lukte hem. In 1979, bij het gouden jubileum van Read Swart, veranderde Uilke van functie en werd seniorensecretaris. In 1982 stopte hij met het bestuurswerk en volgde Hilco van Burum op als elftalleider bij het eerste. Als trainers maakte hij een jaar Luitzen ten Cate mee, twee jaar Wieger Haitsma en drie jaar Bonne de Vries. Overigens begeleidde hij ook nog een poos de B-junioren (kampioenschap) en de zaalploeg. Dat team werd kampioen, moest op provinciaal niveau spelen met lange uitreizen op doordeweekse avonden. Dat wilde de club niet en de ploeg werd teruggetrokken. Het tweede zaalteam werd toen eerste en bleef dat tot op heden.

Het ploegleiderschap was blijkbaar een populaire hobby in huize Vervat, want ook Janneke was lang begeleidster, bij de F’s, de E’s en de meisjes. Ze deed dat het meest samen met Fenna Fabriek.
Uilke en Janneke sprongen een tweetal jaren in toen Oentje Nijholt ophield met het schoonmaken van de kleedkamers. Uilke was nauw betrokken bij de reorganisatie van de jeugdafdeling onder leiding van Jan Heida. Via zijn werk was hij veel op Sportpark Noord, waar Heerenveen voetbalde, en daar wist hij elk jaar voor een habbekrats (een gulden per stuk) zakken vol afgekeurde trainingsballen voor Read Swart te verwerven.
Door de enthousiaste jeugdcommissie had Read Swart snel een heel stel pupillen die nog niet eens competitie mochten spelen. Deze zes- tot negenjarigen werden Superwelpen genoemd. Hun viel de eer te beurt om eind november 1977 een kunstlichtwedstrijd te spelen ter gelegenheid van de opening van de nieuwe lichtinstallatie. Op die avond spraken bestuursleden met wethouder Hofstra en daarbij bleek dat de gemeente ƒ 20.000 beschikbaar had voor een eventuele kantine, en dat misschien de provincie ook wel wilde meehelpen (uiteindelijk met ƒ 12.500). Dat was het begin van het Read Swart kantine-verhaal. Het bestuur besloot de gok te wagen. Dankzij veel hulp van aannemer Willem de Vries en de inzet van liefst 78 vrijwilligers werd de klus geklaard. Een prachtige tijd: met een hecht team iets moois tot stand brengen. Elke zaterdagmorgen zat de ploeg bijeen in het ballenhok. Janneke Vervat bracht dan koffie, Tjeerd Zondervan kwam met koek.
In zijn tijd bij de senioren was Uilke sterk betrokken bij het Read Swart-plan voor een nacompetitie voor alle standaardteams uit de gemeente Heerenveen. Die competitie heeft een aantal jaren met veel succes gedraaid.

Een aparte bezigheid was het bouwen van praalwagens van Read Swart voor de allegorische optocht van de Knypster Merke. Van 1976 tot 1983 bouwde Read Swart acht wagens, alle geënt op ideeën van Uilke. Ze werden in de boerderij van Piet de Vries in elkaar gezet. De gastvrijheid bij Piet en Nel was spreekwoordelijk. De wagenbouw-ploeg bestond onder meer uit Heerke de Roos, Jan Kootstra, Jan Heida, Broer Nijenhuis, Wiebe Oosterhof, Henk Mienstra, Hans Fabriek, mevrouw Mienstra, Janneke Vervat en Jan Nijholt als chauffeur op de trekker voor de wagen.
Twaalf jaar lang (1989-2001) was Uilke consul bij Read Swart. Een consul bewaakt namens de KNVB de kwaliteit van de velden. Als de weersomstandigheden slecht zijn, moet de consul voor dag en dauw letterlijk het veld op om te kijken of er verantwoord gespeeld kan worden. Zo niet, dan moet hij volgens vast protocol afgelasten.
Een bijzonder sporter was Uilke overigens zelf niet, al was hij zo’n vier jaar wekelijks bij Sportschool Ebert te vinden als judoka. Een zware knieblessure maakte daaraan een eind. Tot zijn spijt, want hij had er veel plezier aan. Voetballen bleef voor Uilke beperkt tot hier en daar eens een toernooitje voor Read Swart (‘series’ heetten die toen).

Jellie Engelsma

Jellie is een boerendochter van Rotstergaast, geboren op 12 oktober 1940 als Jellie Sijtsema. Het bedrijf van de Sijtsema’s werd in 1953 beëindigd en het gezin verhuisde naar Heerenveen. Jellie bleef thuis wonen tot ze in 1965 trouwde met Jouke Engelsma uit De Knipe/Heerenveen. Ze gingen wonen aan de Rembrandtlaan en later, in 1976, in De Knipe omdat de woning van de familie Engelsma daar vrijkwam. Jouke en Jellie kregen twee dochters; Geesje (1967) en Tina (1968). Jellie is al verscheidene keren beppe.
De Sijtsema’s waren christelijk van huis uit zodat Jellie naar de lagere school met den bijbel in Sintjohannesga ging, gevolgd door vier jaar huishoudschool in Heerenveen. Ze kreeg daarna werk dat niet in lijn met die opleiding was; tien jaar deed ze kantoorwerk bij Batavus, tot haar trouwen. Later, toen de meisjes waren geboren, werkte ze liefst 26 jaar in de huishouding van Marijkehiem (waar Jouke ook werkte). Op haar 60ste ging ze met vervroegd pensioen.
Haar eerste contact met Read Swart dateert van de jaren 1982/83, toen oudste dochter Geesje ging voetballen. In het voorjaar van 1986 wist Siebrand Krul Jouke Engelsma te strikken voor het vacante voorzitterschap van Read Swart. Daardoor veranderde snel ook Jellie’s band met de club. Beiden werkten aan de laatste serie praalwagens van Read Swart voor de Knypster Merke. Door het vertrek van Oentje Nijholt kwam Jellie in de Toto-Lotto-Commissie van de drie Knypster sportverenigingen. Wekelijks zaten bij Abe en Luts de Vries bijeen Sietske Woudstra (OKC), Hielke de Vries (Read Swart), Luts de Vries (Kinea) en nu dus Jellie Engelsma. In 1990 werd het Toto/Lottowezen ingrijpend veranderd, geautomatiseerd vooral. Daardoor konden de plaatselijke commissies toe met één zitting per  maand. Na het overlijden van Luts verhuisde de commissie naar de kantine van Read Swart (’s winters) en het huis van Jellie (‘s zomers). Tot januari 1996 hielden Geert Jan de Leeuw, Sietske Woudstra en Jellie Engelsma de commissie in stand. Er was toen een mooi afscheid in de bestuurskamer van Read Swart: de drie clubs hebben tientallen jaren veel (financieel) baat gehad van de lotto/toto. Het gokwezen vergt nog één bijeenkomst per jaar. Onvergelijkbaar met vroeger. Toen moesten wekelijks formulieren bij de mensen thuis worden gehaald en gebracht. Dat werd gedaan door onder anderen Tjeerd Zondervan, Jan Nijholt, Jan Krol, Broer Nijenhuis, Jelle de Jong, Bertus Pietersma en Geert Jan de Leeuw. Voor Read Swart werd de meeste administratie verwerkt door Jouke Lukkes. Geld moest geteld, zegels geplakt (later waren er stempels); een formulier ging terug naar de speler, eentje naar de KNVB in Leeuwarden en eentje bleef bij de commissie. Die commissie betaalde ook prijzengeld uit; dat was natuurlijk het leukste. Ook dat werd later geautomatiseerd.

Jellie’s tweede grote taak bij Read Swart was het bijstaan van haar man in de begeleiding van het eerste elftal: het ontvangen van tegenstanders, het maken van programmaboekjes en raambiljetten, alle tijdrovende rompslomp eromheen. Dit werk deden de Engelsma’s vele jaren samen met Jan en Gretha Heida.
Jellie’s man Jouke werd in de loop van 1993 ziek en stierf op 20 november van dat jaar. Veel te jong. Het was een ellendige tijd, ook al omdat het zowel op het werk als bij Read Swart tegenzat. Jellie moest beslissingen nemen die niet door iedereen goed werden begrepen. Uiteindelijk had ze vrede met de situatie die zo drastisch was veranderd nu ze er alleen voor stond. Jellie is een vrouw die van aanpakken weet en zeker niet over zich heen laat lopen. Ze zorgde zelf wel voor een nieuwe plek in het leven.

Minco van Dam

Minco van Dam kwam op 12 december 1939 ter wereld in Langezwaag. In de oorlog verhuisde hij, samen met zijn zus Griet, naar Jubbega. In ongeveer 1951 kwamen ze terecht in De Knipe, waar Minco nog een paar jaar naar de lagere school ging. Na twee jaar ULO kon Minco in de grutterswinkel van Jongsma aan de slag als winkelbediende. Dat deed hij een jaar of drie, om daarna op de melkfabriek van ’t Meer werk te vinden als monsternemer.
In de zuivelcontrole is hij vervolgens zijn hele werkzame leven gebleven. Hij volgde cursussen bij de Bond van Coöperatieve Zuivelfabrieken in Friesland, zodat hij melkcontroleur kon worden, later laborant. Toen de fabriek in ’t Meer sloot, toog Minco naar Reduzum, vervolgens naar Akkrum en uiteindelijk kwam hij in 1967 terecht in Leeuwarden in het laboratorium van de Bond zelf. Daar bleef hij 28 jaar, tot 1995. De coöperatie werd toen ontmanteld en er werd gereorganiseerd.

In 1964 trouwde hij met Jeltje Brandenburg. Het paar kwam in Akkrum te wonen, waar beide zonen ter wereld kwamen: Henk in 1964 en Jacob in 1967. In 1977 kwam het huis van de familie Brandenburg in De Knipe vrij en dat was een uitgelezen kans op een eigen woning: Minco, Jeltje en de beide jongens verhuisden naar het stee waar de meeste Read Swarters hen van kennen. In 1998, Henk en Jacob waren het huis al uit, verkochten Minco en Jeltje hun huis en vertrokken naar een groot en comfortabel appartement in Heerenveen. Met name voor Jeltje was dat een stuk makkelijker huishouden.

Minco zat in De Knipe bij GAV op gymnastiek en korfbalde ook in zijn jonge jaren; bij Kinea en later, in Akkrum, bij AKC. Dat korfbal (‘op gemiddeld niveau’), hield hij vol tot na zijn trouwen. Het was vanwege aanhoudende rugpijn dat hij ophield. Datzelfde lichamelijke mankement dwong hem ook te stoppen met zeilen. Minco was fokkenist bij de Akkrumer Jollenclub. Gevoetbald heeft hij nooit, merkwaardigerwijs.

Halverwege 1978, na hun komst in De Knipe, werden Henk en Jacob lid van Read Swart. Het jaar erop werd Minco -als opvolger van Wim Torenga- leider van de D-pups, waar Jacob in speelde. Hij bleef elftalleider van Jacobs elftal tot deze A-junior werd en op zondag moest spelen.
Het is opvallend bij menig Erelid of Lid van Verdienste dat ze binnen korte tijd veel hooi op de vork namen. Dat geldt ook bij Minco: hij was dus al leider en werd in 1982 ook wedstrijdsecretaris. Dat heet eigenlijk seniorensecretaris: zo’n beetje de zwaarste baan binnen de club. Dat werd Minco veel teveel en al na een halfjaar gaf hij er de brui aan. Minco is nogal recht door zee, geen man die makkelijk compromissen sluit. En ja, het seniorensecretariaat is toch ook een beetje een politieke functie. Het is vaak schipperen en passen en meten.
Zo rond 1980 bracht Minco wel stukjes tekst voor het Jisternijs bij Siebrand Krul, die daarvan toen redacteur was. Dat Jisternijs was het weekblad-alternatief voor de weinig en onregelmatig verschijnende ‘Read Swarte’. Read Swart was sterk in beweging en een weekblad was één van de vele ambities. Om een weekblad in de lucht te houden, is nogal wat nodig, toewijding en volharding om maar wat te noemen. Bijna geen club in Friesland kan dat. Minco ging met Geert Koen de redactie doen. Later nam Jannie de Vries de rol van Geert over. Zo'n 21 jaar kwam Minco maandag na maandag in het clubhuis om alle officiële gegevens van de aanstaande wedstrijden door te nemen, te ordenen en gereed te maken om getypt te worden. Later op die avond werd dat in toerbeurt door een man/vrouw of vijf uitgetypt. Aanvankelijk op stencil, later via de computer. Jannie en Minco schreven tevens alle wedstrijdformulieren uit. 
Al rap werd het Jisternijs onderdeel van dorpskrant De Compagnon. Read Swart was aanjager van dit Knypster weekblad en stond erop dat het een weekeditie werd en geen maandblad. Lange tijd werd ook De Compagnon in Read Swarts clubhuis gemaakt.
Als alles klaar was, bracht Minco het spul naar Els Puister, waar het werd gedrukt. Els riep dan altijd “wat is er véél!”, maar Minco en Els lagen elkaar wel, dus een probleem was er nooit.

De maandagen was het een drukke en gezellige boel in de kantine want ook veel leiders en trainers kwamen langs om hun gegevens te melden. Toen werden ook nog alle spelersnamen in het Jisternijs opgenomen. Van e-mail had niemand gehoord en je wedstrijden telefonisch doormelden, dat deed je niet. Je kwam langs en hoorde tevens de laatste nieuwtjes, kon ook nog even over de wedstrijden van het vorige weekeinde babbelen.
In 2002 vond Minco het welletjes. Hij stopt gelijktijdig met Jannie. Binnen Read Swart was de opluchting enorm toen voor het zware redactiewerk bij het Jisternijs de perfecte opvolger werd gevonden: Minco’s zoon Henk. Minco had daarover nog geroepen ‘je bent gek als je het doet’, maar was heimelijk toch reuze trots.

Heerke de Roos en Annie de Roos-van den Berg

Annie van den Berg kwam op 12 april 1951 in Nieuweschoot ter wereld, in een intussen verdwenen huis van de NS nabij de spoorbrug over de Tjonger. Het lijkt daar nu wel het einde van de wereld. De vader van Annie, die één zuster heeft, werkte bij de spoorwegen.
In 1957 verhuisde het gezin Van den Berg naar de Stationsweg in Oudeschoot, nu Heremaweg geheten. Daar was het een heel stuk levendiger dan de kale leegheid rond de spoorbrug. Annie bleef tot haar trouwen in 1972 thuis wonen, zoals dat toentertijd de gewoonte was.
Bijster sportief is Annie niet aangelegd; ze heeft eigenlijk alleen aan het schaatsen goede herinneringen, maar dat kan ook komen doordat het dan vaak gezellig was.
Annie bezocht na de lagere schoot van Oudeschoot de huishoudschool in Heerenveen en kwam toen te werken in de keuken van het Oranjewoudflat, een ‘serviceflat’ voor ouderen nabij het ijsstadion. Annie beleefde er weinig plezier aan en na zes jaar, toen ze trouwde, zegde ze die keuken graag vaarwel.

Heerke de Roos is geboren op 23 november 1947 in Boornbergum als zoon van een timmerman. Hij is de oudste van de vier zonen. Heerke ging aanvankelijk naar de lagere school in Boornbergum maar verkaste vanaf zijn achtste voor drie jaar naar Groningen om speciaal onderwijs voor slechthorenden te volgen. Hij heeft daar later veel baat bij gehad, al was het natuurlijk een hele stap voor zo’n jong kind om doordeweeks zo ver van huis intern te blijven.
Na de LTS in Drachten (richting metaal) werd Heerke draglinemachinist maar dat duurde maar een jaartje; er was weinig werk in dat vak. Het was sowieso geen makkelijke tijd om aan een vaste baan te komen. Heerke was een halfjaar automonteur, liep een halfjaar bij huis en werkte twee jaar bij een loonbedrijf. Uiteindelijk kwam hij in 1969 bij Feenstra Verwarming in dienst als verwarmingsmonteur. Dat bleef hij liefst 18 jaar doen.

In 1987 kochten Heerke en Annie het café De Hoek in Nij Beets. Daar hebben ze 17,5 jaar gezeten. Het leven van kroegbaas is welhaast een roeping: altijd aan het werk, altijd laat, in het algemeen geen vetpot. Het echtpaar De Roos trof in Nij Beets een verwaarloosd pand aan: eigenlijk moest het van kelder tot schoorsteen worden herbouwd.
Het waren mooie jaren, maar ze eisten met name bij Annie hun tol; ze begon te kwakkelen en uiteindelijk besloten ze het café te verkopen. Dat kostte moeite; de markt voor plattelandskroegen in Friesland is niet best.
Heerke en Annie verkasten vervolgens naar een huurhuis in Nij Beets. Heerke kon aan de slag als taxichauffeur bij Oenema Heerenveen. Een baan die hem op het lijf leek geschreven; hij kan immers goed met mensen omgaan. Halverwege 2006 sloeg het noodlot toe: Heerke werd getroffen door een hersenbloeding. De gevolgen leken aanvankelijk ernstig, maar hij herstelde boven verwachting. Helemaal de oude wordt hij echter niet. Hoewel hij als een gewone gezonde man overkomt, kan hij niet meer zijn oude werk oppakken. Heerke is er nuchter onder: het is niet anders. Maar voor zijn kennissen is het een vreemde gewaarwording: Heerke kon zijn hele leven lang geen moment stilzitten en was dag en nacht aan het werk; deze man accepteert nu nogal gelaten dat hij weinig meer kan. Het is een rare tijd want Annie weet inmiddels de oorzaak van haar aandoeningen; ze heeft de Ziekte van Crohn.

Heerke en Annie hebben elkaar ontmoet op zondagen in de Schouwburg in Heerenveen: daar waar nu de nieuwbouw van het gemeentehuis staat. Vroeger ging de jeugd vooral op zondag stappen en de Schouwburg was tot in de jaren zeventig dè plek om te zijn. Daar was vaak levende muziek en er werd veel gedanst. Heerke en Annie hadden zo’n vier jaar verkering en kochten toen voor ƒ 5.000 een oud huis in De Knipe (Ds. Veenweg 119) dat ze sloopten en door een nieuw huis vervingen. In 1972 kwamen ze er te wonen.
In die tijd begon Heerke bij Read Swart te voetballen. In zijn jeugd had hij bij ONF (Opnij Ferniene) in Boornbergum gespeeld. In De Knipe stond hij maar een jaar of drie in het eerste elftal; hij kreeg last van zijn meniscus, hobbelde nog wel tot in de jaren tachtig mee in het zesde.
Met het plotseling overlijden van Henk Koen, hun overbuurman, in 1972, gingen Heerke en Annie meer bij Read Swart doen. Henk was Read Swarts materiaalman en Heerke en Annie waren als buren erg begaan met het lot van wat hij achterliet, zowel thuis als op het voetbalveld. Annie waste bijvoorbeeld de sponsorkleding van het eerste elftal en ze bleef dat vele, vele jaren doen.
In 1975 werd Heerke bestuurslid bij Read Swart. In 1978/79 was hij één van de grote mannen van de bouw van een nieuw clubhuis. De club groeide in die jaren als kool, vierde het gouden jubileum en moest koortsachtig de accommodatie op orde brengen. Een eigen kantine was een hele stap. Daar werd ook reuze gewichtig over gedaan, met name hoe het beheer vorm moest krijgen. Uiteindelijk kwam dat bijna geheel bij Heerke en Annie terecht. Van die jaren (1979-1987) kennen de meeste mensen hen ook het best: de kantine was elke dag in de week open en Heerke en Annie waren er altijd. Read Swarts clubhuis bood maandags en dinsdags ook nog onderdak aan De Compagnon. In de weekeinden ging de deur om negen uur open, vroeg in de avond weer dicht, waarna nog alle rompslomp kwam van opruimen, voorraad op peil brengen, emballage ordenen, papieren bijwerken. Maandelijks, soms elke twee weken, waren er drukbezochte kaartspelavonden (‘voor leden en donateurs’). Annie regelde het wekelijkse schoonmaken van het clubhuis en zorgde aan het eind van de middag dat het eten voor Heerke thuis klaarstond. Zijzelf moest dan al naar het clubhuis terwijl Heerke nog aan het werk was.

Heerke was daarnaast ook nog eens twaalf jaar scheidsrechter, meest op zaterdagen, en hij leek de rest van die dagen aan het lassen, zagen, boren of anderzins bij de club aan het knutselen: kapotte trainingslampen vervangen, nieuwe kachels in de kleedkamers aanleggen, jeugddoeltjes maken, sleedjes voor op de ijsbaan. Hij leek warempel geen slaap nodig te hebben, had in elk geval geen eelt op zijn achterste.
Een jaar of acht bouwde Heerke mee aan de praalwagens die Read Swart met veel succes bij de Knypster Merke liet meedoen, tot een aanrijding met die wagen die duur uitpakte omdat VVV noch Read Swart daarvoor bleek te zijn verzekerd.
Het zogenaamd ‘vrije’ leven in de kantine en alle levendigheid eromheen smaakte naar meer. Bovendien had Heerke zo langzamerhand zijn bekomst van het werk in de verwarmingswereld. Die overwegingen leidden uiteindelijk tot hun overstap naar Nij Beets. Dat dorp is kleiner dan De Knipe maar telt meer horeca. Dat Heerke en Annie zich daar toch zo goed staande hielden, zegt alles over hun toewijding en over hoe mensen hen waarderen.

Jappie de Vries en Jannie de Vries-Bergsma

Jappie de Vries is geboren op 21 februari 1946 in Jubbega aan de vaart, in de buurt van het Stichtingspad dat onder Oudehorne valt: tussen de Tweede Sluis en de Gorredijksterweg. Al jong verhuisde het gezin naar de Gorredijksterweg nummer 11.
Jappie kreeg twee broers en één zus. Hun vader werkte in de DUW, de Dienst Uitvoering Werken, die na de oorlog de meeste werkverschaffingsprojecten had overgenomen. Er heerste nog steeds veel werkloosheid onder de grondarbeiders. Jappie woonde thuis tot zijn 21ste, toen hij met Jannie Bergsma trouwde en naar Waddinxveen verhuisde vanwege het werk. Hij woonde er een jaar of zes-zeven op een flat. Zoon Jan is daar geboren, in 1969. Marco, de oudste, was een jaar eerder geboren aan de Gorredijksterweg in Jubbega. Zijn moeder woonde toen enkele maanden bij haar moeder voordat zij Jappie in Holland achterna reisde.

Jappie doorliep de lagere school aan de Schoterlandseweg in Jubbega, om te vervolgen aan de LTS in Gorredijk. Na de LTS, Jappie was 15, kon hij direct aan het werk in Koelstra’s kinderwagenfabriek in Gorredijk, achter de draaibank. Al na een jaar koos hij een compleet andere richting bij de groentekwekerij van Kussendrager (later Tuindorado), waar hij tot z’n 21ste bleef. Op die leeftijd vertrok hij dus naar Holland. Hij werd daar buschauffeur omdat zijn broer Rink -waar hij een poos bij inwoonde- dat ook deed en er fiks meer verdiend werd dan in Jubbega en omgeving. In Holland was hij nog lang vrachtrijder om na een jaar of zes toch terug te keren, gedreven door heimwee.
Jappie, Jannie en de kinderen trokken een half jaar in bij Jannie’s ouders aan de Gorredijksterweg. Jappie trok met schoonvader mee de bouw in, naar Duitsland. Na anderhalf jaar kon Jappie, samen met zijn schoonvader, aan de slag bij Halbertsma in Leeuwarden (weg- en waterbouw), waar hij ondermeer meebouwde aan het gemaal van Gersloot aan de Hooivaart, nabij café Ebbelaar. Na een maand of tien verkasten zij naar De Vries Sneek, een timmerbedrijf dat vooral persgemalen en rioolzuiveringen bouwde.
Het gezin kwam te wonen in de voormalige duplex-woningen in de Morsestraat in Oudeschoot. Toen Jappie en Jannie helemaal opgingen in hun vrijwilligerswerk bij Read Swart, verhuisden ze eind 1989 naar de Jonkmanweg, tegenover het voetbalveld.
Jappie kwam wat werk betreft meer en meer in de beton, om in 1981 terecht te komen bij Visser Beton in Gorredijk, als vrachtrijder. Toen Visser reorganiseerde tot Romein Beton werd het eigen vrachtrijden afgeschaft maar gelukkig kon Jappie een toezichtfunctie op de werkvloer krijgen in de prefab-beton. Hij deed ’s avonds nog vrachtrijklusjes voor Veenbaas Potgrond. Begin 2006 kon Jappie bij Romein met pensioen.

Jappie was in zijn jonge jaren geen sporter; hij begon pas te voetballen bij Read Swart toen hij een jaar of 33 was. Dat kwam door zijn zwager Rikus, die toen op it Slûske in De Knipe woonde en jeugdsecretaris was. De beide jongens van Jappie en Jannie waren al een jaar lid van Nieuweschoot zonder een wedstrijd te voetballen en toen was één en één snel twee en toog het gezin naar Read Swart. Jappie werd meteen ook maar jeugdelftalleider van de D’s. Dat was een kampioensploegje! Kwaliteit en ambitie gingen samen. Een jaar of vier bleef Jappie leider.
Een jaar of zeven was hij leider van het derde seniorenteam. Hij voetbalde ook in die ploeg en speelde in het begin dan ook nog wel eens mee bij het tweede. Met alle avond- en nachtwerk voor de kantine en zijn zware baan was dat allemaal niet bijster verantwoord.

Jannie Bergsma werd op 25 mei 1949 geboren aan de Job Holkemawijk in Jubbega. Net als het gezin van haar toekomstige echtgenoot kregen de Bergsma’s snel een veel beter huis aan de Gorredijksterweg. Bergsma en De Vries woonden naast elkaar. Jannie kreeg twee broers, Albert en Rikus. Na haar eerste lagere schooljaren op Derde Sluis kwam ze op de school aan de Schoterlandseweg. Dat was nogal een fors verschil in sociale omgeving. Jannie doorliep de huishoudschool in Oldeberkoop. Ze werkte vervolgens in naaiatelier Muller & Co in Drachten, naaiatelier Sturka Gorredijk en het naaiatelier bij de watertoren in Heerenveen. Toen trouwde ze en stopte met werken. Dat trouwen kwam na een nogal langdradige ‘knipperlichtverkering’.

Jannie heeft heel wat afgeschreven als secretaresse van het Jisternijs: alles wat Minco van Dam aan gegevens had verzameld, schreef zij elke maandag op. Jannie was met Henny Bergsma leidster van het meisjesteam en later elftalleider bij de dames. Ze verzorgde ook lange jaren de was van het eerste elftal.
Jannie was niet bijzonder sportief aangelegd. Aquarobic is wel zo’n beetje het enige wat genoemd kan worden.
Jannie Bergsma stierf jong, op 14 juli 2004, diepbedroefd uiteraard door haar gezin, maar ook door heel Read Swart.

Vanaf het midden van de jaren tachtig hielpen Jappie en Jannie Heerke en Annie in de kantine. Het beheer van het clubhuis vergde ongeveer tachtig uur in de week, zeven dagen achter elkaar. Zelfs voor twee mensen is dat een hele last, zeker als er nog een gewone baan is en kinderen thuis aandacht vragen. Vooral de weekeinden waren slopend: van ’s ochtends vroeg de eerste pupillen tot in de vroege avond de laatste dames of A-junioren vertrekken; ’s zondagsochtends willen de herenteams die uit spelen eerst een bakje koffie in eigen clubhuis. En extra veel drukte als het eerste elftal thuis speelt. Op zulke dagen sprongen Ria Weiland en Trienke de Wit bij om te helpen.
Wat minder zichtbaar is voor de buitenwacht zijn de extra’s: voorraadbeheer, inkoop, boekhouding. Jappie en Jannie namen in 1987 het clubhuisbeheer over om het samen met Popke Oosterhof en Ina Luursema te doen, maar de laatsten begonnen na een jaar elders een eigen café zodat Jappie en Jannie er alleen voor stonden.
Net als bij het echtpaar De Roos hadden de De Vriesen het druk met tal van onderhoudsklusjes. Jan Kootstra was daarbij Jappie’s vaste kluskameraad op zaterdag, vaak ook ‘s avonds.
In 2001, het einde van het kantinebeheer naderde, werd Jappie consul. Weer wat anders: het toezicht op de kwaliteit van de velden, officieel in dienst van de KNVB. Dat betekent bij slecht weer vroeg opstaan en de velden keuren, bij afkeuring iedere belanghebbende in kennis stellen. Het is een verantwoordelijke klus waarmee je niet altijd vrienden maakt.
De beide zonen wonen met hun gezinnen in De Knipe. Jan heeft een zoon en een dochter.

Jan Kootstra

Jan Kootstra is één van de weinige mensen die zijn hele leven op één en dezelfde plek bleven wonen. Hij kwam op 18 november 1953 ter wereld in het ouderlijk huis aan de vaart in Boven-Knijpe. Jan heeft een zus, Trienke. Heit was boerenarbeider, later boswerker en weer later bouwvakker. In zowel Boven-Knijpe als Heerenveen ging Jan naar de lagere school.
Op z’n 14de verliet hij school; verder leren had geen zin, zo vond zijn vader. Twee jaar werkte Jan bij boer Van Leysen. Was dat mooi vlakbij huis, zijn volgende baan bracht hem naar Leeuwarden. Het was fabriekswerk waar membraamafsluitingen werden gefabriceerd. Het werk was Jan wel naar de zin, maar er kwam na tien jaar ongewild een eind aan toen de firma failliet ging.
Vervolgens kwam Jan in dienst bij autobussenfabriek Hainje, aan de Leeuwarderstraatweg in Heerenveen. Dat was in 1980. Jan bleef bij deze baas, al kreeg die steeds weer andere namen (VDL Berkhof) en verhuisde het bedrijf naar industrieterrein Kanaal Noord. Jan werkt in de spuiterij, die ze daar conserveerderij noemen.

Beide ouders zijn intussen overleden. Jan bleef alleen maar durfde het aan om zijn ouderlijk huis over te nemen en grondig te verbouwen. Er was daar een enorme achterstand in te halen; zowel wat betreft onderhoud als wat betreft comfort. Met de Jan kenmerkende volhoudendheid, inzet en grote toewijding heeft hij zo’n beetje alles van voor naar achter en van kelder tot vliering verbouwd.

Jan Kootstra is een man van de wereld: hij stort zich op allerlei hobby’s. Zo is hij een liefhebber van bijzondere vakanties. Veel ging hij met vrienden (onder anderen Wolter en Rudy van het Meer, Roel de Wit, Eppie Dikkerboom en Johannes Krist) met de camper op stap. Een wekelijks uitje, althans in de winter, is de vrijdagse biljart-avond. Met kameraden ging hij jaren achtereen zaterdags te stappen.
Een aparte hobby is het filmen; Jan bezit tientallen films en heeft nog wel wat jaartjes klussen om die allemaal op nieuwe systemen over te zetten. Geen nood: hoe ouder die films worden, hoe zeldzamer.

Jan heeft een jaar of tien gekorfbald en hielp nog meebouwen aan Kinea’s clubhuis Noppes, in 1972. Op zeker moment, Kinea maakte serieus werk van strenge selectie op basis van bijzondere korfbalkwaliteiten, verkaste hij naar Read Swart. Dat was in de tijd van trainer Hulzebosch, toen Read Swart drie seniorenelftallen had.
Jan beweert van zichzelf dat hij helemaal niet kon voetballen, maar zich toch goed staande kon houden door zijn bijzondere spelinzicht; hij heeft het spel net wat sneller in de gaten dan een ander en was daardoor ook altijd een stap eerder. Bovendien beschikte hij over een uitstekende eindpass.
Jan voetbalde tot zijn 50ste. Hij kreeg last van zijn knieën, trainde nog wel een poos door, maar de lichamelijke mankementen en het verlies van zijn ouders drongen de voetballerij wat naar de achtergrond. Hij was nog wel een jaartje co-leider bij het vijfde, maar vond het toen wel best.
Eind jaren zeventig was Jan vrijwilliger bij de jeugd. Dat was onder de hoede van Jan Heida. Jan weet nog goed dat hij in de zaal -de oude school- pupillen trainde waaronder Harry Fabriek, Tjeerd Talman, Pieter Brouwer, Jappie Pal en Rico Lammerts van Bueren. Ook veldtrainingen deed hij en daarvoor zat hij op cursus met onder anderen Piet Nijholt, Fenna Fabriek en Janneke Vervat. De meeste trainingen werden in de jaren tachtig overgenomen door CIOS’ers. Jan was ook leider, achtereenvolgens van E’s, D’s en C’s. Hij vierde ook een kampioenschap. Zo’n drie jaar was Jan scheidsrechter bij de pupillen. In die tijd trok hij er veel met zijn vader op uit vanwege de geitenfokkerij. Dat kostte veel tijd en toen heit wat begon te sukkelen, voelde Jan zich meer en meer verplicht met hem mee te gaan.

Een groot deel van de jaren negentig was Jan samen met Jappie de Vries verantwoordelijk voor het materiaal bij Read Swart. Ze hadden een eigen werkplaats en er was altijd wel wat te klussen. Eind jaren negentig werd Wiebe de Bos de verantwoordelijke man voor de accommodatie en die deed nooit tevergeefs een beroep op Jan voor een klus hier en daar. Zo sprong hij vaak in bij de nieuwbouw en renovatie van het clubhuis in de jaren 2003-2006. Enkele jaren was Jan de vaste kantinebeheerder op de maandagavonden, toen het druk was met vergaderingen en het die dagen een zoete inval was in de Jister.
Tien jaar lang was Jan vaste grensrechter bij het eerste elftal en vele jaren behoorde hij bij de vaste ploeg bouwers van de Read Swart-praalwagen.
Omstreeks 2002 kocht Read Swart een eigen evenemententent. Jan is daarvan de beheerder en met de verhuur verdient hij er voor Read Swart een leuke zakcent bij.
Bij het grote feest voor de vrijwilligers van de nieuwbouw/renovatie in 2006 werd Jan, samen met Bart Koopmans, benoemd tot Lid van Verdienste van Read Swart.

Bart Koopmans

Bart Koopmans is op 3 juli 1935 geboren op de ouderlijke boerderij, vooraan in ’t Meer, ongeveer ter hoogte van waar het voetbalstadion staat, maar dan een stuk dichter naar de Schoterlandse Compagnonsvaart. Het gezin, dat naast Bart nog een zoon en twee dochters telde, verhuisde in mei 1947 naar de pleats van pake, tegenover de Veensluis waar Sies en Bart later lang boer waren.
Bart bezocht de lagere school van meester Van Delden in Heerenveen en, na de verhuizing naar het andere uiteinde van ’t Meer, nog anderhalf jaar de school van meester Hoekstra in Beneden-Knijpe. Daarna volgde zo’n vier jaar de landbouwschool in Heerenveen, voor een dag in de week. De overige dagen werkte Bart op de boerderij. Het is bijna niet meer voor te stellen, maar heit, Sies, Bart en ook nog een arbeider hadden werk genoeg aan de dertig koeien. Later waren Sies en hij met z’n tweeën en dat ging prima, al hielpen toen de vrouwen mee.

In 1961 trouwde Bart met Griet van Dam, zuster van Minco van Dam, Lid van Verdienste van Read Swart. Ze gingen wonen aan de Zestienroeden (nummer 4) en bleven daar tot 1967. In die jaren kregen ze hun beide zoons: Henk in 1962 en Anne in 1964. Ook in deze ‘Zestienroeden-periode’ overleden heit en mem in hun huis aan de Woudsterweg, dat zodoende vrij kwam voor Bart en Griet. Daar wonen ze al meer dan veertig jaar.
Bart bleef boer tot 1987, toen het bedrijf werd beëindigd. Het was een ‘tsjerkepleats’ en opvolgers waren er niet. Bart was echter nog maar 52 en kon niet zomaar rentenieren. Hij kwam voor het eerst in loondienst: bij het bouwbedrijf van Homme Siebenga. Zo’n vijf jaar bezorgde hij met een bestelwagen materialen op bouwplaatsen, dat was werk dat hem uitstekend lag.

Bart voetbalde als jongfeint met een ploegje kameraden uit De Knipe bij v.v. Heerenveen. Op zeker moment gingen de meesten (Minne Brouwer, Meindert de Haan, Bart) over naar Read Swart. Alleen Franke Jansma bleef bij Heerenveen. Voor het vriendenploegje was plezier in het voetbal belangrijker dan prestatie: ze speelden in verschillende elftallen en werden ook wel met het eerste kampioen (1962). Een week voor zijn trouwen knalde Bart bij een kopduel tegen het hoofd van Bruin Jonker. Barts moeder wilde het huwelijk uitstellen, maar het bleek mee te vallen; een lichte hersenschudding. Misschien is daar toch wat van blijven hangen, want Barts geheugen laat hem nogal in de steek wat zijn  sportieve verleden betreft. Hij weet niet meer tot wanneer hij voetbalde; het zal ergens midden jaren zestig zijn geweest toen hij stopte. Dat was nog op het oude Read Swart-veld achter de volkstuintjes. Rond zijn 46ste begon Bart opnieuw te spelen. Dat was in het zevende elftal van Read Swart, een veteranenploeg. Het was een reuze gezellige tijd en hij hield het lang vol, een kleine tien jaar. Toen, met 55 jaar, was de scherpte er wat af.

Zo omstreeks 1990 begon Bart Hielke Hoekstra te helpen met het belijnen van het veld; Griet hielp de kantine schoonhouden. Bart had het maar druk met het kalken, zeker toen er een veld bijkwam en helemaal toen Hielke er in 2000 mee ophield. Hij bleef het werk doen tot 2004, toen Piet de Vries het stokje overnam. In 2007/08 moest Bart weer aan de slag omdat Piet het lichamelijk niet langer aankon.
Een prachtige tijd was de nieuwbouw van kleedkamers, bergingen en toiletten, en de renovatie van het clubhuis, in de jaren 2003-2006.
Bart is aardig wat jaren bestuurslid geweest, maar bijster veel indruk heeft die periode (1959-1969) niet op hem gemaakt; hij weet zich er amper wat van te herinneren. Het was een wat tamme tijd voor de voetbalclub, afgezien dan van het roerige afscheid van voorzitter Abe de Vries. Abe had niks met de alledaagse beslommeringen van de club te maken, maar bleef wel hardnekkig de eerste viool spelen. Dat zette meer en meer kwaad bloed. Op de Ledenvergadering van 1963 -Ledenvergaderingen hield Read Swart altijd in het Boven-Knypster café-clubhuis van Jelle en Klaske Koen- viel de beslissing.

Van zijn tijd in het eerste elftal weet Bart zich eigenlijk amper trainingen te herinneren. Op het driehoekje Jonkmanweg-Ds.Veenweg hingen wat lampen en werd soms getraind onder Wieger Koopmans en Tjalke Brouwer. Die vreemde plek en vooral het feit dat er lampen waren opgehangen, heeft veel indruk gemaakt want tal van oud-spelers is dit in het geheugen gebrand, terwijl het in de geschiedenis van de club maar een flinter is geweest.

Bart neemt het leven luchtig en probeert te genieten van het moment en van elke nieuwe dag. Misschien dat zijn geheugen daarom niet zo sterk is ontwikkeld. Of juist andersom; dat hij nooit de zorgen van gisteren meeneemt naar morgen. Hij kan zich namelijk ook geen trainer of elftalleider voor de geest halen. Wel doemen wat clubnamen op waartegen hij speelde: Thor, Zandhuizen, Boyl, Blue Boys, Oosterstreek en Wispolia. Meer plezier dan niveau en het leukst van alles waren toernooien, eertijds seriewedstrijden genoemd.
Dierbaar zijn ook de herinneringen aan de talrijke Elfstedentochten die hij reed.

Wiebe de Bos

Wiebe is een boerenzoon uit de Wijngaarden, geboren op 4 maart 1953 als laatste van vier kinderen. Hij heeft drie zusters.
Na de lagere school in Luxwoude -de kinderen staken op eigen houtje Rijksweg 43 (nu A7) over- bezocht Wiebe de Heerenveense LTS, aanvankelijk de richting metaal, waarin hij een diploma haalde. Hij probeerde het daarmee in de machinefabriek van Koos van Wijngaarden aan het Molenplein in Heerenveen. Maar hij vond het niks en ging weer aan de studie: twee jaar autotechniek. Daarmee kon hij aan de slag in de garage van Kees Weiland, toen gevestigd tussen steenhouwerij Fransen en de CAF, aan de Tweede Herenwal. Toen Weiland naar ’t Meer verhuisde (waar de gebouwen nog steeds achter de benzinepomp staan), ging Wiebe mee. Al met al bleef hij vier jaar bij Weiland. Hij moest toen in militaire dienst en werd monteur van de AMX-tanks. Na zijn afzwaaien kwam hij bij garage Suzenaar in de toen nog kale vlakte achteraan op de Greiden in Heerenveen. Hij ging er op vooruit toen hij meewerkend voorman werd bij Fennema in Grou. Na een jaar werd hij werkplaatschef. Met dezelfde baan verkaste hij later naar Fennema’s filiaal aan de Opslach, vooraan in ’t Meer. Dat werd later Harry Bouwer. Wiebe kreeg daar ook verantwoording over het magazijn.
Wiebe bleef bij garage Bouwer tot 2005, toen hij ontslag nam. Hij kon het op het werk niet vinden, zijn vrouw Roelie heeft een pittige baan in het ziekenhuis en de kinderen waren het huis uit. Als chauffeur bij bakkerij Boonstra hield hij nu tijd over voor het vele vrijwilligerswerk in zijn dorp De Knipe. Op de vraag waarom hij als enige zoon de ouderlijke boerderij niet overnam, komt meteen de grootste ergernis van menige boerenzoon naar buiten: de dwang van altijd maar weer dat melken, veertien keer per week, ook op zon- en feestdagen. In 1972 verkocht heit Leffert -die kwakkelde met zijn gezondheid- de ‘pleats’ en verkaste naar De Knipe, op een plek met een mooie grote tuin met een fiks hok, zodat zoonlief naar hartelust kon sleutelen. Wiebe profiteert er nog altijd van, want hij woont er in zijn zelfgebouwde huis.
Roelie heeft de familie De Bos eenmaal op de boerderij in de Wijngaarden bezocht. Dat was in 1972. Wiebe ontmoette Roelie Kornelis, die uit Oudehaske komt, in de Heerenveense disco De Gildehof aan de Vleesmarkt. Zij vroeg om een vuurtje, ze maakten een praatje en voor ze er eigenlijk erg in hadden, trokken ze samen naar dancing De Twee Gemeenten in Irnsum. In de winter gingen ze op stap naar de Schouwburg in Heerenveen.
Wiebe en Roelie trouwden in 1978 en gingen wonen in het huisje van Roelie’s beppe in Oudehaske, waar Roelie al woonde. Al na een jaar verhuisden ze naar De Knipe. Wiebe en Roelie kregen twee kinderen, Leffert (1980) en Douwina (1982).

Vanaf zijn achtste voetbalde Wiebe bij Langezwaag. Hij korfbalde ook een paar jaar bij het inmiddels verdwenen Luxia in Luxwoude. Bij Langezwaag werd Wiebe kampioen in de B’s en in de A’s. Hij kwam vervolgens in het eerste en werd daarmee kampioen van de Tweede Klas van de FVB in 1981. Wiebe is eigenlijk altijd keeper geweest.
Door een conflict verliet hij het eerste en ging in het derde voetballen om ook daarmee nog eens kampioen te worden.
In 1972, na de verhuizing naar De Knipe, wilde Wiebe naar Read Swart. Hij praatte met RS-voorzitter Wim Tigchelaar, die een paar huizen verderop woonde. Maar tot zijn verbazing meldde Tigchelaar dat Read Swart keepers bij de vleet had en niet om meer zat te springen. Wiebe bleef dus maar bij Langezwaag; daar was juist een tekort aan  doelwachters.
In 1986 ging zoon Leffert bij de F’s van Read Swart spelen. Rikus en Henny Bergsma waren toen leiders. In de zaal ging Wiebe later een C-ploegje leiden, hij kwam bij het team van zijn zoon en bleef leider tot die generatie achttien werd en de A-junioren verliet.
Wiebe was zelf toen al een poosje lid van Read Swart. Hij keepte niet meer, maar vestigde een reputatie als gevreesde laatste man van het vijfde.

Vele jaren was autocrossen Wiebe’s grote passie. In de periode dat nog met normale standaardauto’s werd gereden, was dat goed te doen. Zo vanaf 1970 reed Wiebe wedstrijden op zaterdagen omdat hij zondags aan het voetbal vastzat. Toen hij voor Langezwaag 3 ging spelen, en dus de middagen vrij kreeg, nam het aantal autocrosswedstrijden sterk toe. Hij heeft, samen met vaste helper Lammert de Vos, heel wat dorpsfeesten bezocht; crossen hebben vaak een binding met een dorpsfeest. Het werd op den duur echter steeds bezwaarlijker omdat de sport half-professioneel werd: het werd een kostbare hobby en tot slot was het domweg niet meer te betalen.
Mooie herinneringen heeft Wiebe aan de tijd toen allerlei varianten van het crossen populair werden, vooral dankzij de televisie. Zo lootte hij bij een crossevenement voor de Tros-televisie in Valkenswaard in voor de caravanrace en won zowaar de vierde prijs. Dat was begin jaren tachtig. Vanwege de grote risico’s liepen op zeker moment al die evenementen op hun eind. Wiebe stopte midden jaren tachtig met crossen, al deed hij af en toe nog mee met de cross in De Knipe.

Midden jaren zeventig bestond het bestuur van de Knypster VVV uit mannen als Abe de Vries, Henk Minkema, Oebele de Haan en Roel Haayes. De Merke maakte moeilijke jaren door. Het was nog niet zo lang na het einde van de Gondelvaart, met een “optocht op wielen” vlotte het niet erg en andere activiteiten durfde men niet aan. Jongeren zoals Wiebe wilden actie om te voorkomen dat de Merke zou doodbloeden. Ze kregen toestemming om de autocross te organiseren. Ook waagde het VVV zich aan een optreden met de toen populaire Volendamse popgroep de Cats, maar toen dat uitliep op een dure mislukking, had de oude commissie er min of meer genoeg van en kwamen de ‘jonge honden’ in het hoofdbestuur van de Merke. Er kwam een grote feesttent -eerst in de nieuwbouw Zuid- en steeds aansprekende muziekgroepen. Dat was zo midden jaren tachtig. Het commissiewerk was die eerste jaren enthousiast en ietwat amateuristisch. Het ontwikkelde zich in de loop der jaren naar professionalisme en een steeds ingewikkelder kerstboom aan regels en voorschriften. Er kwam splitsing van taken. Wiebe verliet de crosscommissie en werd voor de Merkecommissie verantwoordelijk voor de tent: controles, toezicht, opbouw en afbreken. Het vraagt veel overleg -door het jaar heen zo eens per anderhalve maand, hoe dichter bij de Merke, hoe vaker. Alle bestuursleden nemen met de Merke minstens een week vrij van werk en zelf meefeesten is er niet meer bij: ze moeten doorlopend alert zijn en aan de lopende band oplossingen bedenken.

Het was wel wat brutaal van Read Swart om in 2000 juist deze drukbezette man te vragen om accommodatiebeheerder bij de club te worden. Read Swart had bouwplannen, er moest veel gerenoveerd worden en met het beter aansturen van onderhoudsvrijwilligers kon nog een wereld gewonnen worden. De dure nieuwbouw en renovatie (zo’n 165.000 euro) moest bovendien deels worden betaald door van de gemeente een fors stuk onderhoud van de accommodatie over te nemen. Daarvoor tast de gemeente elk jaar in de buidel, maar de club moet er wel veel werk voor doen. Een stevige verantwoordelijkheid voor de accommodatiebeheerder. Wiebe stemde echter toe en kwam daarmee meteen ook in het bestuur van Read Swart.
Had hij geweten hoeveel werk met name de nieuwbouw vroeg, had hij zich nog wel eens achter de oren gekrabt. Maar, zoals elke vrijwilliger die die jaren bijna dagelijks op de club werkte, het waren geweldig gezellige tijden en dankbaar bovendien: je zag wat moois uit je handen komen, wat blijvends, waar talloos veel mensen plezier aan zouden beleven.
Wiebe bleef er ook nog bij voetballen en regelde van alles en nog wat rond ‘zijn’ vijfde elftal, waar hij tot de zomer van 2007 bleef voetballen. Hij miste zelden een woensdagavondtraining, die altijd garant stonden voor een lange en gezellige nazit. In die zomer werd hij benoemd tot Lid van Verdienste. Slechts weinig gedecoreerden bij Read Swart hadden in zó weinig jaren zó intensief en hard voor de club gewerkt. Wiebe de Bos overleed op 1 mei 2009, op 56 jarige leeftijd.

voeg je eigen gadgets toe aan deze pagina!